01-05-2017 16:08 - Margriet Hazendonk-van Bergenhenegouwen

Mooi verhaal over de "thuis"-wonende patiënten van de Stichting. Ook ik kan mij niet anders herinneren dan dat wij patiënten in huis hadden. De laatste kan ik mij nog heel herinneren. Juffr. Klazien, een rasechte Utrechtse. Wij mochten haar nooit alleen met Klazien aanspreken, altijd met Juffr. Klazien. Tot 1965/1966 is zij in ons huis geweest. Op vrijdagmiddag t/m zondagavond naar een adres in Utrecht; doordeweeks bij ons. Zij had haar vaste plek aan tafel en een "eigen"stoel in de zitkamer. Dat was haar stoel en daar ging niemand van ons inzitten. Het Utrechts Nieuwsblad was haar krant; daar bleven wij van af. 's Avonds hielp ze mee met afwassen en schilde zij alvast de aardappels voor de volgende dag. Zo af en toe zei ze; "ze denken wel dat ik gek ben, maar ik begrijp heus alles wel.". Toen er een tv in ons huis kwam, keek zij uiteraard mee. Wat muziek betroft, had zij een uitgesproken voorkeur; "geef mij maar een draaiorgeltje" als er klassieke muziek te zien was. Waar ik later wel eens aan terugdacht, is het feit dat zij zo bij ons gezin hoorden, dat zij ook alle gesprekken kon meeluisteren en alles kon meebeleven en meemaken. En al die jaren lopend vanaf ons huis naar haar werkplek op de Stichting; de strijkkamer. 's Avonds kwam ze doodmoe sjokkend terug. Ik denk dat ze niet gespaard werden op de strijkkamer. In de zomer in bloedhitte de hele dag in stoom en met kokendhete strijkbouten en de hele dag staan. Misschien 1 kopje thee of koffie.


© 2018 Historische Vereniging Den Dolder